hidden Begrippen

A

Aandelen
Bewijzen van deelneming in het vermogen van een onderneming. De bewijzen zijn verhandelbaar op de beurs.
Abtn
Afkorting voor actuariële en bedrijfstechnische nota. In de abtn wordt uiteengezet welke actuariële en bedrijfstechnische opzet ten grondslag ligt aan een pensioenfonds. Ook wel bedrijfsplan genoemd. Hierin komen drie hoofdonderwerpen aan de orde: de wijze van vaststelling van de verplichtingen jegens de deelnemers, de beleggingsportefeuille en het intern risicobeheersingssysteem.
Accounting standaarden
Centrale afspraken, gemaakt door de beroepsgroep van accountants, over de wijze waarop het jaarverslag van een onderneming wordt ingericht met gebruikmaking van uniforme waarderingsmethoden en begrippen. Deze afspraken moeten er toe leiden dat de jaarverslagen beter met elkaar kunnen worden vergeleken.
Actuariële grondslagen
Wanneer een contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen moet worden bepaald maakt de actuaris gebruik van actuariële grondslagen, zoals: de rekenrente; de kansstelsels: sterftekansen, arbeidsongeschiktheids- en revalideringskansen, frequenties van gehuwd zijn, soms ook toekomstige salarisontwikkeling of indexatiebeleid enz.; kostenopslagen (bijvoorbeeld voor administratiekosten en/of uitbetalingskosten).
Actuariële methoden
Wanneer een contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen moet worden bepaald maakt de actuaris gebruik van actuariële grondslagen, zoals: de rekenrente; de kansstelsels: sterftekansen, arbeidsongeschiktheids- en revalideringskansen, frequenties van gehuwd zijn, soms ook toekomstige salarisontwikkeling of indexatiebeleid enz.; kostenopslagen (bijvoorbeeld voor administratiekosten en/of uitbetalingskosten).
Actuaris
Een wiskundige gespecialiseerd in levensverzekeringen, die berekent onder meer de voorziening pensioenverplichtingen van het fonds en adviseert het fonds over het te voeren pensioenbeleid.
Actuele waarde
De actuele waarde is voor beleggingen waarvoor dagelijks openbare prijzen worden vastgesteld, zoals aandelen en obligaties, de beurswaarde. Voor andere vastrentende waarden, zoals onderhandse leningen en hypotheken, wordt de actuele waarde benaderd als de contante waarde van de toekomstige nettokasstromen. Als actuele waarde van de beleggingen in vastgoedfondsen wordt de intrinsieke waarde gehanteerd.
AEX
Dit is de graadmeter van de Amsterdamse effectenbeurs, Amsterdam Exchanges. Een gewogen gemiddelde van de 25 meest verhandelde fondsen. In punten genoteerd. Ongeveer 80 procent van de handel vindt plaats in AEX-fondsen.
Algemene nabestaandenwet
De Anw vervangt met ingang van 1 juli 1996 de Algemene Weduwen- en Wezenwet. De volgende groepen hebben recht op een Anw-uitkering bij overlijden van de echtgeno(o)t(e) of partner:nabestaanden geboren vóór 1 januari 1950; nabestaanden die ongehuwde kinderen jonger dan 18 jaar verzorgen; nabestaanden die voor ten minste 45 % arbeidsongeschikt zijn. De netto Anw-uitkering bedraagt maximaal 70 % van het netto minimumloon en is afhankelijk van het inkomen. Een gedeelte van het inkomen uit arbeid wordt vrijgelaten. Ongehuwd samenwonenden worden gelijkgesteld met gehuwden.
Algemene Ouderdomswet
De Algemene Ouderdomswet (AOW) is in 1956 tot stand gekomen. Het is een volksverzekering en geldt dus voor alle ingezetenen van Nederland. De AOW voorziet in uitkeringen bij ouderdom. De uitkering gaat in op uw 65ste. De hoogte van de uitkering is niet afhankelijk van het loon dat gedurende een eventuele loopbaan is verdiend, maar is afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie waarin de verzekerde verkeert.
ALM
Afkorting voor Asset Liabillity Management. Een ALM-studie betreft de analyse van het risicobeheer van de balans tussen activa en de passiva van een pensioenfonds, waarbij onderzoek wordt gedaan naar het verband tussen de beleggingen, de premie en de (financiering van de) pensioenregeling op langere termijn. De ontwikkeling van het fonds is hierbij gebaseerd op een aantal (economische) toekomstverwachtingen. Deze studie dient te resulteren in de formulering van een strategisch beleggingsbeleid.
Asset-mix
De verdeling van de beleggingen over de verschillende beleggingscategorieën.
Autoriteit Financiele Markten
De toezichthouder die toeziet op de gedragingen van verantwoordelijke directies en besturen van financiële instellingen, dus ook pensioenfondsen.
Naar boven

B

Benchmark
Vooraf vastgestelde, objectieve maatstaf voor de prestatie van (de beheerder van) een beleggingsportefeuille of pensioenfonds. Een beursindex bijvoorbeeld. In het strategisch beleggingsbeleid wordt door het pensioenfonds zelf vooraf een normportefeuille, al dan niet bestaande uit indices, bepaald. Aan de hand van de benchmark kunnen normwegingen voor de verdeling van de beleggingen over (sub)categorieën, en normrendementen bij een gegeven risicoprofiel van het fonds worden benoemd.
Bestuur
Het bestuur van Bpf GBP.
Bestuurstoets
De bestuurstoets wordt uitgevoerd door De Nederlandsche Bank (DNB). Door middel van deze toets, waartoe het bestuur de DNB van diverse documenten moet voorzien, kan de toezichthouder zich een beeld vormen van de deskundigheid en integriteit van de bestuurders van het pensioenfonds. Indien de toets tot een negatief oordeel leidt, kan de DNB een voorgenomen (her)benoeming van een kandidaat-bestuurslid tegenhouden.
Beurskoers
Marktprijs van een aandeel, obligatie of andere waardepapieren.
Naar boven

C

Collectieve beschikbare premieregeling
Een pensioensysteem waarbij de werkgever een vaste premie betaalt voor pensioenen. De werkgever is niet verantwoordelijk voor eventuele premie- of dekkingstekorten. Bij collectief beschikbare premieregeling wordt het risico van een tekort door de deelnemers gezamenlijk gedragen. Het verschil met een individuele beschikbare premieregeling is dat er collectief belegd wordt en er sprake is van pensioenen. Zie ook: Defined Contribution.
Contante waarde
De contante waarde van (een serie) betalingen in de toekomst, is het bedrag dat thans aanwezig zou moeten zijn om deze toekomstige betalingen te kunnen verrichten.
Naar boven

D

Deelnemers
Deelnemers in het fonds zijn de werknemers, in dienst van de werkgever of de aangesloten werkgever, die de eerste van de maand waarin de 21-jarige leeftijd valt hebben bereikt.
Deelnemersjaren
Alle jaren die als deelnemer in het fonds zijn doorgebracht.
Defined Contribution (DC)
Een manier om pensioen op te bouwen. Ook wel Beschikbare Premieregeling genoemd. Hierbij staat de premie centraal. Bij een defined contribution regeling (ook wel DC-regeling) wordt voor de pensioenopbouw van de werknemer (periodiek) een premie betaald. Met de premie wordt een kapitaal opgebouwd. Als de werknemer met pensioen gaat, koopt hij van het opgebouwde kapitaal een pensioen in bij een verzekeraar.
Dekkingsgraad
Een maat voor de solvabiliteit van een pensioenfonds. De dekkingsgraad wordt bepaald door de mate waarin het beschikbaar vermogen (BV) de voorziening opgebouwde rechten (VOR) overtreft, uitgedrukt in een percentage: Een dekkingsgraad van 100 % geeft aan dat het beschikbaar vermogen juist toereikend is om de voorziening opgebouwde rechten te dekken, terwijl een percentage lager dan 100 aangeeft dat er sprake is van onderdekking. Fondsen gaan in hun financiële opzet veelal van een minimumdekkingsgraad uit die in mindere of meerdere mate ruim boven 100 % ligt.
Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten worden verstaan: dividend- en rente opbrengsten van de beleggingen.
DNB
Dit is de afkorting voor De Nederlandsche Bank, de toezichthouder op pensioenfondsen.
Dow Jones Index
Graadmeter van Wall Street (New York Stock Exchange), gebaseerd op zo'n dertig grote fondsen.
Naar boven

E

Effectentypisch gedragstoezicht
Toezicht uitgeoefend door Autoriteit Financiële Markten dat toeziet op de gedragingen van verantwoordelijke directies en besturen van financiële instellingen, zoals de naleving van gedragscodes.
Naar boven

F

Fonds
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Bloemen en Planten (Bpf GBP)
Franchise
In veel pensioenregelingen is een bepaald drempelbedrag opgenomen waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt omdat de AOW geacht wordt hierover pensioen te verlenen. Dit bedrag is veelal afgeleid van de uitkeringen krachtens de AOW en wordt dan 'franchise' genoemd.
Naar boven

G

Gedragscode
De gedragscode bevat voorschriften voor bestuurders en eventuele medewerkers van het pensioenfonds ter voorkoming van belangenconflicten en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de bij het fonds aanwezige, vertrouwelijke informatie. Deze informatie betreft voor een belangrijk deel de beleggingstransacties namens het fonds.
Gewezen deelnemers
De persoon voor wie beëindiging van de deelneming heeft plaatsgevonden.
Naar boven

H

Herverzekering
Het door een pensioenfonds geheel of gedeeltelijk onderbrengen van een pensioenregeling in een levensverzekeringsovereenkomst en/of het door een pensioenfonds onderbrengen van extra hoge risico's bij een levensverzekeraar, zoals overlijden- en invaliditeitsrisico’s van deelnemers.
Naar boven

I

Index
Cijfer dat een gewogen gemiddelde uitdrukt en waaraan men kan zien hoe een grootheid (bijvoorbeeld de beurskoersen in Amsterdam) zich ontwikkeld heeft. Een prijsindex geeft het prijsniveau van de economie weer of hoeveel de kosten van levensonderhoud in een bepaald jaar zijn gestegen.
Indexatie
Zie Toeslagverlening.
Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten vallen de gerealiseerde verkoopresultaten inclusief valutaresultaten en de niet gerealiseerde herwaarderingsresultaten.
Naar boven

L

Levensloopverzekering
Een spaarfaciliteit die overeenkomsten vertoont met de pensioenverzekering: de mogelijkheid om kapitaal opzij te zetten, fiscaal aftrekbaar, dat later in de vorm van periodieke uitkeringen kan worden aangewend om periodes van verlof te overbruggen.
Liquide middelen
Contant geld, dat direct beschikbaar is.
Naar boven

M

Marktwaarde
De waarde van een belegging op de markt.
Naar boven

N

Nabestaandenpensioen
Pensioen dat wordt uitgekeerd aan de partner (of kinderen) van de deelnemer aan een pensioenregeling. Verzamelnaam voor weduwe-, weduwnaars- en partnerpensioen, soms ook voor wezenpensioen. Lening op schuldbekentenis tussen twee partijen die niet via de effectenbeurs wordt verhandeld.
Nettorendement
Het rendement dat overblijft als de kosten en eventueel te betalen belasting al van het bedrag zijn afgetrokken.
Nominale waarde
De op het aandeel of obligatie aangegeven waarde. Bij een koers van 100 (= 100%) is de prijs van het waardepapier gelijk aan de nominale waarde.
Naar boven

O

Obligatie
Bewijzen van deelneming in een openbaar uitgegeven lening. Deze bewijzen zijn verhandelbaar op de beurs.
Ouderdomspensioen
Ouderdomspensioen is een levenslange uitkering die aan de voormalige deelnemers van de pensioenregeling wordt verstrekt vanaf de pensioendatum.
Overrente
Het behaalde rendement op beleggingen voor zover hoger dan de rekenrente.
Overreserve
Het deel van de reserves van een pensioenfonds waar geen pensioenverplichtingen tegenover staan (ook wel genoemd: extra of algemene reserve).
Naar boven

P

Partnerpensioen
Partnerpensioen is een levenslange uitkering die bij vooroverlijden van (gewezen) deelnemers aan hun partner wordt verstrekt. Daarnaast kent de pensioenregeling een tijdelijk partnerpensioen dat onder bepaalde voorwaarden tot uiterlijk de 65-jarige leeftijd wordt uitgekeerd.
Partnerregistratie
De Wet Partnerregistratie is per 1 januari 1998 in werking getreden. Deze wet opent de mogelijkheid voor partners die niet willen of kunnen huwen hun relatie te laten registreren bij de burgerlijke stand van de gemeente. Partnerregistratie is gelijkgesteld met het huwelijk en geldt ook voor partners met gelijke sekse. De groep bloedverwanten valt er buiten.
Pensioengrondslag
Onder de pensioengrondslag van een deelnemer wordt in beginsel verstaan: het jaarlijks op 1 januari vastgestelde jaarsalaris verminderd met een op dat moment geldende franchise.
Pensioenverplichtingen
De contante waarde van alle opgebouwde pensioenrechten op basis van de deelnemersjaren.
Pensioenwet
In de Pensioenwet staat wat de taken en verantwoordelijkheden zijn van werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder als het gaat om pensioen. De wet heeft op 1 januari 2007 de vorige Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) vervangen.
Performance
Het rendement uitgedrukt in een percentage van het vermogen waarop het rendement is behaald.
Premievrije aanspraken
Indien het deelnemerschap aan een pensioenregeling eindigt, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioenleeftijd, verkrijgt de gewezen deelnemer een premievrije aanspraak op ouderdoms- en partnerpensioen. Een andere vorm van premievrije aanspraak is het bijzonder partnerpensioen dat de gewezen partner ontvangt bij scheiding/einde partnerschap.
Prépensioen
Een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen.
Naar boven

R

Rekenrente
De rekenrente is het fictieve percentage dat het belegde pensioenvermogen wordt geacht op te brengen in de toekomst en waarvan bij de berekening van de contante waarden wordt uitgegaan
Rendement
Het positieve of negatieve resultaat dat een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds behaalt met de belegging van daartoe beschikbare middelen.
Rentetermijnstructuur
De rente die pensioenfondsen verplicht zijn te gebruiken om de pensioenverplichtingen te waarderen. In vergelijking met de bezittingen van een pensioenfonds kan dan  berekend worden hoeveel rendement er gehaald moet worden om in de toekomst alle pensioenen te kunnen uitbetalen.
Naar boven

S

Sterftetafels
Geven aan wat de levens- en sterftekansen zijn van mannen en vrouwen in Nederland, afhankelijk van de bereikte leeftijd. Ze worden gebruikt bij de berekening van de voorziening pensioenverplichtingen door de actuaris. Tegenwoordig worden de sterftetafels ook wel vaker overlevingstafels genoemd.
Naar boven

T

Toeslag
Een toeslag is een verhoging van een pensioen of een aanspraak op pensioen, welke is gebaseerd op een in het pensioenreglement omschreven regeling, dan wel op incidentele basis wordt verleend.
Toeslagenlabel
Een plaatje met informatie over de verhoging van uw pensioen in de komende 15 jaar. In het toeslagenlabel wordt de verwachte verhoging van uw pensioen vergeleken met de verwachte prijsstijging.
Toeslagverlening
Hieronder wordt verstaan de aanpassing van de ingegane pensioenen en/of premievrije aanspraken (voor pensioeningang) op basis van de stijging of daling van een indexcijfer dan wel de CAO-loonontwikkeling.
Totaal rendement
Het totaal rendement van een belegging is samengesteld uit de koerswinst of het koersverlies over een bepaalde periode. Het totaal rendement wordt uitgedrukt in een percentage ten opzichte van het gemiddeld belegd vermogen.
Naar boven

U

Uitruil
De omzetting van het pensioenvermogen, bestemd om te zijner tijd te worden gebruikt voor het doen van periodieke uitbetalingen van nabestaandenpensioen, in een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.
Naar boven

V

Vastrentende waarden
Hypotheken, leningen op schuldbekentenis en obligaties.
Voorziening pensioenverplichtingen
Dit is de, met inachtneming van de actuariële grondslagen (rekenrente, kansstelsels en kostenopslagen), vastgestelde balanspost die de gekapitaliseerde waarde (contante waarde) van de opgebouwde pensioenen aangeeft.
Naar boven

W

WAO
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Naar boven